Verder lezen:
Ontruiming
Indien de huurovereenkomst door de huurder of verhuurder dan wel door een uitspraak van de rechter wordt beëindigd, moet het gehuurde worden ontruimd en opgeleverd aan de verhuurder.
Indien de huurder toch blijft zitten, kan de verhuurder ontruiming vorderen in kort geding (er moet wel sprake zijn van spoedeisend belang) dan wel in een bodemprocedure. Indien de huurovereenkomst nog niet was beëindigd, wordt er (bij de bodemrechter) veelal een vordering tot ontbinding ingesteld in combinatie met een vordering tot betaling van de achterstallige huurpenningen en ontruiming van het gehuurde.
Wordt deze vordering toegewezen dan stelt de rechter - onder meer - in het vonnis de beëindigingsdatum van de huurovereenkomst vast en wordt een ontruimingstitel tegen die datum afgegeven. Ontruimt de huurder het gehuurde alsdan niet vrijwillig, dan wordt het ontruimingsvonnis door de deurwaarder aan de huurder betekend en kan daadwerkelijke ontruiming worden geëffectueerd.